This is an example of a HTML caption with a link.
›› Home ›› Marnic ›› Opinie

Opinie

Minder planlasten (3/5)

De lokale besturen kunnen vandaag de dag vanuit de verschillende Vlaamse beleidsdomeinen een beroep doen op specifieke subsidies ter ondersteuning van hun beleid. In tegenstelling tot de algemene middelen die de lokale overheden krijgen vanuit het gemeente- en het provinciefonds, kunnen ze deze middelen niet vrij besteden, maar moeten ze worden ingezet voor het realiseren van welbepaalde beleidsdoelstellingen.

Hierbij worden beleidsovereenkomsten gesloten of gelden planverplichtingen rond hoe deze middelen moeten worden besteed. Gekende voorbeelden hiervan zijn: cultuurbeleidsplan, jeugdwerkbeleidsplan, ruimtelijk structuurplan lokaal sociaal beleidsplan, … Een vlugge optelsom leert ons al vlug dat er in Vlaanderen ongeveer 26 dergelijke specifieke subsidies zijn, gekoppeld aan de opmaak van een dergelijk (beleids)plan. Deze verschillende vormen van specifieke subsidiëring leiden tot telkens verschillende planverplichtingen naar vorm, inhoud en timing toe. Dit komt voor de lokale besturen vaak onoverzichtelijk over.

Hoewel we niet moeten pleiten voor de afschaffing van deze verschillende plannen, zou het al een stap in de goede richting zijn mochten we kunnen komen tot een uniformisering van deze plannen naar vorm, inhoud en timing toe. Op die manier zou planning zijn bedoelde effecten niet missen en inderdaad leiden tot een beter georganiseerd bestuur en een efficiënter gebruik van (publieke) middelen. Men moet er zich echter ook voor hoeden dat plannen maken geen doel op zich wordt en men blijft steken in de fase van de beleidsplanning waardoor men tot uitvoering van deze plannen niet meer toe komt.

Een teveel aan plannen leidt er bovendien toe dat, zeker in kleine gemeenten met een beperkt gespecialiseerd ambtenarenapparaat, men de handdoek in de ring gooit, en zelfs geen moeite meer doet om die subsidies en bijhorende plannen aan te vragen of op te maken. In gemeenten met een beperkte schaalgrootte en bestuurskracht, kan men dus de planningsdrift van de Vlaamse overheid niet meer volgen.

Belangrijk is dus om te komen tot een kaderregeling met uniforme regels naar inhoud, vorm en timing toe, waarbij deze plannen zich gemakkelijk laten integreren in de verplichte strategische plannen die lokale besturen moeten opmaken bij het begin van iedere legislatuur en die de politieke bakens uitzetten van wat er op beleidsvlak de volgende jaren op de plank ligt. Enkel op die manier verwordt plannen niet tot een doel op zich, maar tot een nuttig instrument voor een beter beleid en een efficiëntere overheid!

Gepubliceerd op: 27-05-2009

Terug naar overzicht