This is an example of a HTML caption with a link.
›› Home ›› Marnic ›› Opinie

Opinie

Ook Vlaanderen moet op dieet

In juni publiceerde de Nationale Bank een interessante studie over de werkgelegenheid bij de overheid in ons land. In 2007 waren er iets meer dan 800.000 personen werkzaam in de overheidssector. De belangrijkste werkgevers zijn de gemeenschappen en gewesten en de lokale overheden. Per 100 ambtenaren in ons land werken er 43 voor een regionale, en 35 voor een lokale overheid. Slechts 17 procent van de ambtenaren werkt voor de federale overheid, waarvan een derde bij het leger.

Het moet met minder kunnen. Niet omdat we per definitie iets hebben tegen ambtenaren, integendeel. Veel van die mensen werken keihard en zijn sterk gemotiveerd. Wel omdat de budgettaire kost niet langer houdbaar is. In 2005 ging zo’n 2,4 procent van het bbp naar de lonen van ambtenaren. In de Europese Unie was het gemiddelde slechts 1,5 procent.

Op een moment dat de overheidsfinanciën zwaar onder druk staan, moet de overheid efficiënter en dus goedkoper werken. Een slankere overheid laat bovendien toe de noodzakelijke middelen vrij te maken voor de opvang van de vergrijzing of om de fiscale druk op burgers en bedrijven te verlagen. In tal van andere Europese landen werden de voorbije jaren initiatieven genomen om het aandeel aan ambtenaren te verlagen. Met succes trouwens.

In de begrotingen voor de komende twee jaar, zet de federale regering alvast een eerste, belangrijke stap in de richting van de afbouw van het ambtenarenapparaat. In de komende jaren zal slechts de helft van de ambtenaren die op pensioen gaan, worden vervangen. Deze afbouw moet leiden tot een budgettaire opbrengst van twee keer 100 miljoen euro. Als die inspanning de komende 10 jaar wordt aangehouden, zullen er in 2020 15.000 minder federale ambtenaren zijn. Daarbovenop wordt ook in het leger gewerkt aan een afbouw van het aantal personeelsleden. Tegen 2012 moeten er 5.400 minder militairen zijn dan vandaag. En ook in de sociale zekerheid wordt de komende jaren bezuinigd op de werkingskosten. Het gaat om belangrijke structurele besparingen.

Maar er is meer nodig. Ook – en vooral – de andere overheden in ons land moeten hun steentje bijdragen. Zoals in het begin al werd aangetoond, werkt slechts 17 procent van de ambtenaren voor de federale overheid. De overige 83 procent werkt voor gewesten of gemeenschappen of voor de lokale overheden (provincies en gemeenten). Ook zij zullen dus een inspanning moeten doen om de overheidstewerkstelling te verminderen. Ze zullen in hun beleid het roer radicaal moeten omgooien. De voorbije tien jaar is het aantal regionale en lokale ambtenaren sterk gestegen. Bij de gewesten en gemeenschappen kwamen er 31.000 ambtenaren bij; bij de lokale overheden zelfs 45.000 extra man- en vrouwkracht. In Vlaanderen hebben De Lijn en de VDAB een belangrijk aandeel in deze stijging.

Er is dus werk aan de winkel, ook  in Vlaanderen. Met een doorgedreven vereenvoudiging van de eigen regelgeving of een drastische modernisering van de werking, moet Vlaanderen de stijgende trend van de voorbije jaren kunnen ombuigen. Meer nog, als Vlaanderen werk maakt van een grondige afbouw van de plan- en andere lasten voor de lokale overheden, levert het ook een belangrijke bijdrage in de afslanking van het lokale ambtenarenapparaat. En waarom zou Vlaanderen geen werk kunnen maken van een afbouw van de provinciale administraties?

Het regeerakkoord van de regering Peeters geeft enkele vage aanzetten. Het spreekt van efficiëntiewinsten en wil het debat aangaan over een zogenaamde interne staatshervorming. Goed zo, maar het is zeer spijtig dat men de ultieme conclusie niet wil trekken: de vermindering van het ambtenarenapparaat. Integendeel zelfs. Het regeerakkoord geraakt niet verder dan dat het “het totale aantal Vlaamse ambtenaren niet meer zal aangroeien.” Ondanks tal van rapporten van onder meer UNIZO en VOKA, die schreeuwen om een afbouw, kwamen de regeringspartijen niet verder dan een status-quo. Deze afgesproken standstill is volstrekt ontoereikend en in vergelijking met de inspanningen van de federale regering een blammage voor Vlaanderen.

Bovendien is het nog maar de vraag of zelfs de standstill zal gehaald worden. Tussen de goede voornemens uit het regeerakkoord en de reële daden gaapt nu al – na amper vier maanden – een kloof. Al tijdens het allereerste vragenuurtje van deze nieuwe ambtsperiode, moest de Minister van ambtenarenzaken, Geert Bourgeois (N-VA) meteen toegeven dat er meer kabinetsleden zullen zijn dan de met veel poeha aangekondigde beperking tot 288 ‘cabinetards’. Via het achterpoortje van de detachering gaat men proberen het huidige peil toch aan te houden. Geen sprake dus van een afslanking van de kabinetten.

Open Vld zal in de komende weken en maanden met concrete voorstellen komen om de werking van de Vlaamse overheid, maar ook de lokale overheden, efficiënter te maken. En daarbij zullen wij – in tegenstelling tot de coalitie van CD&V, SP.a en N-VA - wel bereid zijn om de ultieme conclusie te trekken: een duidelijke en meetbare vermindering van het aantal ambtenaren. Net als in de federale overheid. Want als wat we zelf doen niet altijd beter is, dan moet minstens evengoed toch wel kunnen?

Gepubliceerd op: 16-10-2009

Terug naar overzicht